Categorieën
Actueel Media

Tijd voor Max

Waarom zijn katten de populairste dieren van het internet? Marieke Poelmann is schrijver, journalist en professioneel kattenliefhebber. Aan de hand van haar pas verschenen kinderboek ‘Ava en het gesponnen poezenweb’ legt zij uit hoe dat precies zit.

Bekijk hier de uitzending.

Categorieën
Actueel Media

Met het Oog op Morgen

12 mei 2010. Die datum beheerst het leven van Marieke Poelmann. Op die dag verongelukte Vlucht 771 van Afriqiyah Airways in Tripoli, Libië. Haar ouders waren aan boord en kwamen om het leven. Vanavond is ze te gast. 

Luister hier de uitzending terug.

Categorieën
Actueel Media

LINDA.nl

Marieke (32) verloor ouders door vliegramp Tripoli: ‘na 10 jaar krijgt verdriet een andere dimensie’.

Vandaag is het tien jaar geleden dat de vliegramp in Tripoli plaatsvond. Marieke Poelmann verloor op 22-jarige leeftijd haar vader en moeder.

Een decennium later geeft ze een inkijkje in haar leven en vertelt ze hoe het is om volwassen te worden zonder ouders.

Tripoli

Alleen de negenjarige Ruben overleefde de vliegramp in Tripoli, waarbij het vliegtuig neerstortte door een mislukte doorstart. Van de 103 overledenen kwamen 71 mensen uit Nederland, waaronder Adri en Peter: Mariekes ouders.

Een officiële herdenking is niet mogelijk door de coronacrisis, maar er is een mooi alternatief opgezet. Nabestaanden mogen tekeningen, briefjes en bloemen opsturen naar Stichting Vliegramp Tripoli. Zij plaatsen dit bij het monument in Nieuwegein, waar ook de namen van de slachtoffers opgelezen worden. Dit zal te volgen zijn via een videostream. Poelmann: “Het liefst zou ik ook met mijn broers en vrienden van mijn ouders naar hun graf gaan voor een eigen herdenking, maar dat is niet mogelijk. Ik vind de stream daarom een goede oplossing, de stichting geeft deze dag zo toch een mooie invulling.”

Verwerking

Nu er een decennium op zit, merkt Poelmann dat haar verdriet een transformatie heeft doorgemaakt. In het begin was alles heel scherp en voelde de pijn als een open wond. “Alles herinnerde me aan mijn ouders. Een jaar of twee na de ramp was ik dat zó zat. Ik wilde niet verdrietig zijn en overal continu aan herinnerd worden, dus vertrok ik naar New York voor een nieuwe start. Al vrij snel kwam ik erachter dat al mijn problemen gewoon meereisden, dus toen ik terugkwam begon ik met het schrijven van een boek.”

Door het schrijven van Alles om jullie heen is er nog (2015) beleefde Poelmann alles weer van begin tot eind, maar dit bleek de sleutel tot verwerking. “Op het moment dat je je ouders verliest voel je je machteloos, alle controle is weg. Je moet het er maar gewoon mee doen. Door het schrijven doorleefde ik al die ervaringen en emoties nog een keer, maar wél in mijn eigen woorden. Ik kreeg het gevoel van controle weer terug.”

Mensen die ook kampten met verlies reageerden op haar verhaal en vertelden dat ze zich getroost voelden door haar ervaringen. Poelmann: “Dat hielp ontzettend. De ramp is nooit ergens goed voor geweest, maar het verdriet en de pijn zijn daardoor minder nutteloos geworden.”

Kinderloos

De laatste vijf jaar neemt het gemis een andere vorm aan. Poelmann is eraan gewend geraakt dat haar ouders er niet meer zijn, maar de pijn raakt haar nu op een andere manier. “De laatste jaren heb ik mijn ‘grotemensenleven’ opgebouwd. Ik ben afgestudeerd, getrouwd en heb een huis gekocht. Om me heen regent het nu baby’s, iedereen start een eigen gezin. Die intentie had ik ook, maar dat is tot op heden nog niet gebeurd. Dan wordt het heel duidelijk: door het verlies van mijn ouders zit er niets vóór me, maar nu komt er misschien ook niets ná mij. Dat vind ik moeilijk. Ik sta alleen, als een generatie op zichzelf.”

De angst dat ze misschien zonder kinderen door het leven moet, maakt het gemis van haar ouders groter. “Het is confronterend om te zien hoe erg grootouders betrokken zijn bij kinderen van onze vrienden. Onze kinderwens is niet hopeloos: we krijgen medische hulp, dus misschien lukt het nog. We tellen hoe dan ook onze zegeningen, want we hebben elkaar en samen een heel fijn leven. Maar ik zou wel heel graag willen doorgeven wat ik van mijn ouders heb meegekregen.”

Blijf betrokken

Poelmanns ervaringen zijn uniek, maar omgaan met rouw en verlies is universeel.  Ze geeft daarom een advies mee aan mensen die dicht bij iemand in rouw staan: “Bij twijfel: laat altijd iets van je horen. Denk niet ‘ik vind het moeilijk, ik doe niets’, want dat is het pijnlijkst. Het is altijd beter om iets te zeggen, benoem gewoon dat je het lastig vindt. Dat is helemaal niet erg. Berichten van medeleven, op wat voor manier dan ook, bieden in zo’n periode troost.”

Wat Poelmann nog goed bij staat is dat ze berichten uit onverwachte hoek kreeg na het overlijden van haar ouders. “Kennissen stuurden mailtjes of brieven waarin ze vertelden hoe ze mijn ouders kenden. Soms met een anekdote, de andere keer deelden ze wat mijn ouders voor hen betekenden. Daardoor krijg je een stukje van je ouders terug waarvan je dacht dat het voor altijd kwijt was.”

Categorieën
Actueel Media Uitgelicht

NRC Handelsblad

Bij de vliegramp van Tripoli, deze week tien jaar geleden, verloor Marieke Poelmann haar beide ouders. Nu was ze klaar om zelf ouder te worden. Maar misschien gebeurt dat niet.

‘Marieke, er is een vliegtuig neergestort in Tripoli. Ik denk dat papa en mama erin zaten.” Met deze woorden eindigde tien jaar geleden mijn leven als onbezorgde 22-jarige student. Samen met 69 andere Nederlanders verongelukten mijn ouders op de terugweg van een rondreis door Zuid-Afrika. De tussenstop in Libië werd iedereen fataal, op één jongetje na. Vakantiefoto’s, koffers en verhalen strandden in het woestijnzand naast de landingsbaan. 

Het eerste jaar na de ramp was een overlevingsslag, de dagen voortgestuwd door moeten in plaats van willen. Na identificatie, repatriëring, een begrafenis, een bezoek aan de rampplek en een herdenking, werd het stil. Toen begon de echte rouw, vanaf dat moment was het aan mij. 

Die eerste tijd had ik het idee dat het niet uitmaakte wat ik deed, dat ik nergens iets over te zeggen had. Vanuit de aanname dat je een speelbal van het lot bent, is het eenvoudig om weg te glijden in slachtofferschap. Dat wilde ik niet, dus koos ik ervoor te rouwen door het verdriet en de gebeurtenissen rondom de ramp actief op te zoeken. Ik gaf woorden aan mijn verdriet en schreef een boek over de nasleep van de ramp. Daarmee eigende ik mij toe wat mij was overkomen en ging ik niet langer onder het gebeurde gebukt, maar werd ik nabestaande in de letterlijke zin van het woord: ik bestond, na en met dit alles.

Door te delen wat ik had meegemaakt, werd het verlies van mijn ouders ook minder zinloos. Mensen zeiden zich te herkennen in mijn verhaal en deelden op hun beurt hun verhalen met mij. Ik leerde dat ik niet alleen was. De manier waarop ik mijn ouders verloor, is uitzonderlijk, maar de uitkomst niet: vroeg of laat krijgt bijna iedereen ermee te maken. Wat ik tien jaar geleden voor onmogelijk hield, werd werkelijkheid: het grootste gedeelte van de tijd sta ik niet meer actief stil bij hun dood. Hoewel dat niet afdoet aan het gemis, het komt nog altijd op onverwachte momenten boven.

De wieg wacht

De laatste paar jaar maakt mijn rouw een verandering door. Ik heb mijn volwassen leven op de rit gekregen zonder de hulp van mijn ouders. Ik ben getrouwd en heb een nieuw thuis gecreëerd. Ik leef met het gemis en ben het verlies te boven gekomen: de eerste maanden die voelden als tien jaar en de laatste tien jaar die ongemerkt een tijdperk vormen. Ik ben er klaar voor om van rol te wisselen: van kind naar ouder. Op zolder staat een lege wieg. Ik heb er zelf nog in gelegen. De wieg wacht, net als de kleertjes die mijn moeder voor mij bewaarde.

Wat ik op mijn 22ste al wist, wordt op mijn 32ste opnieuw duidelijk: niemand houdt de score bij hoeveel leed of verdriet je ten deel valt. Door de heftigheid van wat ik meemaakte, had ik de neiging te denken dat dit verlies mij ter compensatie op een bepaalde manier zou behoeden voor andere grote tegenslagen. 

Maar ouderloosheid is geen ticket om onder kinderloosheid uit te komen. Het een zet het ander juist zwaarder aan. Soms vraag ik me af of mijn moeder met mij mee was gegaan naar de talloze ziekenhuisbezoeken. Of ze me had geholpen bij de eerste injectie, ik haar zou bellen na weer een mislukte poging. Ik beeld me graag in dat het zo zou zijn.

„Dubbele ontworteling”, noemt fertiliteitscounselor en psychotherapeut Marja Visser het gevoel waar ik de laatste jaren mee kamp. „Je ouders verliezen gaat diep, maar als het leven na jou mogelijk ook nog stopt dan is dat dubbelop verlies – en kun je te maken krijgen met een existentiële eenzaamheid.” 

Visser vindt het logisch dat het gemis van een nog ongeboren kind de verlieservaring van overleden ouders verdiept. „Als de dreiging groter wordt dat het niet zal gaan lukken om kinderen te krijgen, ga je des te meer voelen dat je alleen staat. En dat raakt aan de pijn van het verlies van je ouders.”

Kun je dan ook rouwen om iemand die er nog niet is? Het tot nu toe uitblijven van een zwangerschap maakt het gemis van twee ouders op een nieuwe manier voelbaar. Het vertrouwen in de komst van een kind wordt op de proef gesteld door wat ik heb meegemaakt. Ik ben bang dat het verlies zich herhaalt, het is immers al een keer gebeurd. Er is niets meer vóór mij, wat als er ook niets na mij zal zijn? Dan sta ik als één generatie op een eiland in de tijd.

Een zwerm spreeuwen

„Je hangt als het ware los in je leven”, zegt Visser. Om opnieuw te wortelen, zal ik op een nieuwe manier zin en betekenis aan het leven moeten geven. Maar hoe doe je dat? 

Ik leg de kwestie voor aan socioloog Bart van Heerikhuizen. Van Heerikhuizen houdt zich onder andere bezig met de vraag of er enig soelaas bestaat tegen het idee er ooit niet meer te zijn. Hij denkt van wel. „Ik weet mij opgenomen in een zwerm spreeuwen, die was er al voordat ik er was en die zal er ook zijn na mij.” 

Hij baseert zich op een studie van de Franse socioloog Émile Durkheim (1858-1917). Die zei: „Ooit was ik er niet, maar de mensheid was er wel. Ooit zal ik er niet meer zijn, maar de mensheid zal er zijn.” Van Heerikhuizen noemt het een troostrijk idee dat we allemaal schakels zijn in een lange keten van honderdduizenden jaren aan interdependenties: we zijn altijd verbonden met anderen, in ruimte en in tijd.

Stemmen in mijn geheugen

Of ik daar troost uit kan halen – ik weet het niet zo goed. Het plaatst mijn situatie wel in een groter perspectief – en daagt me uit om verder te kijken dan de muren van mijn eigen beleving.

Marja Visser heeft een meer praktische benadering van het vraagstuk waar ik mee worstel. „Als je je ouders verliest, is de vraag: wat is de betekenis van mijn leven? Als je geen kinderen kunt krijgen, dient dezelfde vraag zich aan.” Dubbelop dus, dat vraagt bewuste aandacht: de tijd nemen om erbij stil te staan. 

Mensen om me heen, maar ook artsen, zeggen vaak: kijk naar wat er wel is en ga door. Die neiging heb ik ook, temeer daar mijn ouders er op een bepaalde manier nog wel zijn: hun stemmen in mijn geheugen voorzien me soms nog steeds van raad. En misschien lukt het nooit om kinderen te krijgen, maar ik heb de man van mijn leven aan mijn zijde. Er is niemand met wie ik liever op dit eiland in de tijd zou willen staan. Een eiland zonder voor en na, maar des te meer nu. 

Visser raadt aan de tijd te nemen. „Kijken naar wat je wel hebt is belangrijk”, zegt ze, „maar als je niet eerst naar beneden durft te gaan, naar de bodem van wat je voelt, en in plaats daarvan probeert eroverheen te springen, dan kun je vervolgens niet goed opstaan.”

Dus net als bij het verlies van mijn ouders, vraagt ook dit nieuwe grote thema in mijn leven aandacht. „Wanneer je ten volle beleeft en voelt wat er niet is, zul je natuurlijkerwijs weer oog krijgen voor wat er wel is. Je ziet het bij jonge kinderen: die vallen en schrikken van de pijn. Als daar even gezonde aandacht voor is met een kus op de zere plek, dan gaat het kind vervolgens vanzelf weer spelen.” 

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 11 mei 2020.

Categorieën
Actueel Artikelen

Analoge liefde

Toevallig een match tegen het lijf lopen

OFFLINE DATEN: Hoe word je in tijden van online daten nog verliefd op iemand tijdens een toevallige ontmoeting? En is het de moeite waard om daarvoor open te staan? „Een onverwachte gebeurtenis zet je ziel weer even op een kier.”

Door: MARIEKE POELMANN

‘Ik weet nog dat ik die ochtend wat ex- tra mascara opdeed en mijn vriendin tegen mij zei: wat ben jij allemaal van plan in dat vliegtuig?!” zegt Els Knaapen. „Ik had gelogeerd in Portugal en keerde alleen huiswaarts. In de rij voor het inchecken draaide ik me om en keek ik in de ogen van een lange blonde jongen met krullen. Geen Portugees, dat moest een Nederlander zijn. In de vertrekhal hield ik hem van een afstandje in de gaten tot hij vlakbij me kwam zitten. Ik maakte me stilletjes zorgen om de geur van de boterham met leverworst die ik kort daarvoor had gegeten.

„We mochten zelf naar het vliegtuig wandelen, ik haalde hem subtiel in zodat ik voor hem op de trap belandde. We hadden vrije plaats- keuze, ik vond als eerste een plekje zodat het aan hem was of hij naast me kwam zitten. Dat deed hij. Het duurde even voor we opstegen. De stewardess telde voor de derde keer alle passagiers en ik besloot het ijs met mijn buur- man te breken door haar telvaardigheden ter discussie te stellen. Hij lachte. Niels heette hij, geen Nederlander maar een Vlaming. We begonnen te praten en hielden daar pas mee op toen het vliegtuig aan de grond stond.”

Het aantal stellen dat elkaar online tegenkomt groeit sterk. In 2003 kende slechts 1,7 procent van de samenwonende stellen elkaar via internet, tien jaar later was dit gestegen naar 13 procent. In 2017 maakte ruim een derde van de 2,7 miljoen vrijgezellen in Nederland gebruik van datingapps, blijkt uit cijfers van het CBS. En in 2015 waren er al meer dan 1,5 miljoen Nederlanders op Tinder te vinden.

Kun je in tijden van swipen, keuren en eindeloze virtuele keuze nog wel verliefd worden op iemand die op een onverwachte plek gewoon voor je neus verschijnt? Wat is daarvoor nodig en waarom is het de moeite waard om er moei- te voor te doen?

Afgevallen sociale maskers

Volgens psycholoog en schrijver Marcelino Lopez kan dat zeker en is de ontmoeting die Els Knaapen in het vliegtuig had minder toevallig dan die misschien lijkt. Lopez schreef de boeken Liefde in tijden van Facebook (2013) en Liefdesgedoe (2018). „De ontvankelijkheid voor liefde wordt groter als je iets doet dat buiten je comfortzone ligt”, stelt hij. Alleen reizen is daar een goed voorbeeld van volgens Lopez.„ Op het moment dat je een beetje kwetsbaar en uit evenwicht bent, ben je afhankelijker van anderen en sta je ook meer voor ze open. Moderne mensen willen graag onafhankelijk zijn, maar voor de liefde is dat helemaal niet zo goed.” De kracht van real life ontmoetingen, vooral als ze in een bijzondere situatie plaatsvinden, is dat ze een bijzondere connectie kunnen stimuleren, zegt Lopez. Samen vastzitten in een lift, tegen elkaar opbotsen, samenwerken aan een moeilijk project; het zijn momenten waarop sociale maskers afvallen en iemands ware aard eventjes bovenkomt. Dat schept een band.

Volgens Lopez biedt het dagelijkse leven genoeg kansen voor dit soort ‘echte’ ontmoetingen en diepere connecties, maar moet er vaak iets raars of opvallends gebeuren om het ijs te breken. „De meeste mensen zijn gefocust op hun agenda, leven op de automatische piloot en zijn niet zo ontvankelijk voor de verrassingen die het leven biedt. Een onverwachte, onalledaagse gebeurtenis zet je ziel weer even op een kier.” Wetenschapsjournalist Mark Mieras bevestigt dat in zijn boek Liefde (2010). Tijdens een nieuwe of onzekere levensfase, zoals bij een verhuizing of een nieuwe baan, zijn men- sen eerder geneigd een nieuwe relatie aan te gaan.

Dat gold ook voor Jeannie Rahman. „Ik had net een aantal maanden in New York doorgebracht toen ik terug naar Amsterdam verhuisde”, vertelt Rahman. „Ik kwam in een kleine studio te wonen zonder wasmachine. Elke week bracht ik een grote tas met was naar een wasserette, net als in New York. Ik maakte graag een praatje en al snel kende ik iedereen. Een van de medewerkers viel op. Een hele aan- trekkelijke man, maar niet mijn type. Er was destijds veel onrust in mijn leven. Ik was niet op zoek naar een relatie. Tijdens een van onze korte gesprekjes vroeg hij me wat ik voor werk deed. Ik antwoordde dat ik in theaters werkte en veel van huis was. „Hoe moet dat dan met kinderen?” vroeg hij. Ik schrok. Waar bemoei je je mee, dacht ik. Maar de vraag bleef hangen, het gesprek schudde me wakker.

Ongeveer een maand later had ik een nieuw huis; de eerste stap richting een georganiseer- der leven. Ik liet mijn waszak op de grond van de wasserette ploffen en zei enthousiast: de laatste keer! De dame die vervolgens met mij afrekende, vroeg of ze mijn nummer mocht hebben. „Het is voor mijn baas”, zei ze. Ze bedoelde Masud.”

Een romantische ontmoeting is een ding, maar hoe ontwikkelt het contact zich vervolgens? Volgens Lopez moet je jezelf een beetje kunnen vergeten. Als je echt geraakt wilt worden, moet de kritische bril af en je moet je laten meevoeren. Maar hoe doe je dat? Lopez: „Het is net zoiets als loslaten, accepteren of genieten: dat gaat niet op basis van wilskracht of discipline. Het is een gevoelstoestand van ontspanning en aandacht voor het nu. Die ontstaat pas als het geforceerde zoeken naar een specifiek resultaat niet langer centraal staat.” Dat bereik je door risico te nemen, mensen aan te spre- ken, eerlijker en minder sociaal wenselijk te zijn en lastige of gevoelige vragen te durven stellen. „Alles wat echt contact stimuleert”, legt Lopez uit.

Een 24/7-singles bar in je broekzak

Maar ligt de drempel om voor slechts een iemand te kiezen niet een stuk hoger in een tijd van eindeloze online mogelijkheden? Komiek en schrijver Aziz Ansari zegt er in zijn boek Modern Romance (2015) het volgende over: „Als je een smartphone bezit, draag je een 24/7-singles bar in je broekzak. Druk op een paar knoppen op een willekeurig moment van de dag en je wordt direct opgeslokt door een oceaan aan romantische mogelijkheden.”

Er zijn vier belangrijke factoren die de aantrekkingskracht tussen mensen bepalen, zegt Esther Kluwer, bijzonder hoogleraar Duurzame relaties en welzijn aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Nabijheid, gelijkheid, wederkerigheid en fysieke aantrekkingskracht. „Om iemand leuk te vinden moet je hem of haar vaak tegenkomen. Verder vinden we iemand aantrekkelijker als hij of zij overeenkomsten met ons vertoont. Dat bevestigt ons zelfbeeld, ons wereldbeeld en het vermindert de kans op spanning en conflicten. Bij aantrekkelijkheid speelt lichaamstaal een grote rol. Door bijvoor- beeld oogcontact, fysieke afstand, aanraking en handgebaren maken we duidelijk dat we interesse hebben en daarmee kunnen we ook de signalen van de ander beantwoorden.”

Als lotsbestemming voelen

In de eerste drie factoren kan het internet ruimschoots voorzien: ‘tegenkomen’ kan makkelijk en frequent online plaatsvinden, op een profiel kun je bepaalde voorkeuren aangeven om zo overeenstemming te vinden en op apps als Tinder is de wederkerigheid leidend: enkel bij wederzijds interesse is er een match. Maar de vierde factor, de fysieke aantrekkelijkheid, blijkt knap lastig online te beoordelen. „Je mist in online interacties cruciale informatie zoals geur, het hele uiterlijk en non-verbaal gedrag”, legt Kluwer uit. „Ook sluit je online wellicht potentiële partners uit op allerlei criteria, terwijl je ze in het echte leven wel aantrekkelijk zou kunnen vinden.”

„Online zou ik Masud nooit als match hebben beschouwd”, beaamt Rahman. Masud was zelf niet bezig met online daten. Ten tijde van zijn ontmoeting met Jeannie waren zijn ouders in Bangladesh op zoek naar een huwelijkskandidaat. Daarom tastte hij direct door bij haar. Na een paar maanden reisden ze naar Bangladesh. Ze trouwden daar en wonen inmiddels met hun twee kinderen in Amsterdam.

Kan het ontmoetingsverhaal zo goed zijn dat je sneller geneigd bent om voor iemand te kiezen? Lopez denkt van wel. „Als het als een lotsbestemming voelt, dan draagt dat zeker bij aan de wil om het tot een succesverhaal te maken.”Daarbij gedijt liefde bij een zekere mate van beperking, volgens Lopez. „Vrijheid en een oneindig aanbod aan potentiële partners stimuleren hoge verwachtingen en een eindeloze zoektocht naar de ideale partner of relatie. Als de mogelijkheden beperkt zijn, ben je eerder geneigd dankbaar te zijn dat die persoon in je leven is en wil je sneller iets van je relatie maken.”

Die beperking kan er ook een in tijd of ruimte zijn. Het vliegtuig van Els Knaapen is daar een goed voorbeeld van. „Doordat Niels en ik op een korte vlucht zaten, wisten we allebei dat we een hele beperkte tijdsspanne hadden om actie te ondernemen”, vertelt Knaapen.„Kom es af”, zei Niels toen ze waren geland.„ Waar af, dacht ik”, lacht Knaapen. Ze begreep uiteindelijk wat hij bedoelde en gaf hem haar naam zodat hij haar op kon zoeken op Facebook. Ruim twee jaar later emigreerde Knaapen naar België, waar ze nog altijd met Niels samenwoont.

Categorieën
Actueel Blog

Désir

Het kleine straatje met de toegangspoort ligt ingeklemd tussen alle werelden die maar op een vierkante kilometer passen. Passage du Désir: mijn thuis wanneer ik verlang naar Parijs. Dat is zo ongeveer elke zes maanden, nu tien jaar nadat ik er heb gewoond. Passen op poezen brengt me waar ik wil zijn, maar deze keer is het anders.

De buurt rond Rue Faubourg Saint-Denis is een eclectische mix van arm, rijk, Afrikaans, Frans en Arabisch. Modellen met porfolio’s onder hun arm, daklozen op zelfgemaakte schoenen van tape en vuilniszakken. Mensenkijken is nergens mooier, maar ik kom voor de poes. Voor de vierde of vijfde keer zou ik mij deze week ontfermen over Pounette, de poezendame met eigen volière in de Passage, maar haar baasjes bleven thuis. Er werden twee tumoren ontdekt: één achter het neusje van Pounette en één achter het oor van haar bazin.

Bestraling in een speciale dierenkliniek in Lille mocht niet baten voor Pounette. Met een geschoren voorhoofd en een bloedend neusje doet ze een poging tot spinnen als ik haar aai. Het lijkt alsof ze me herkent, ik vraag me af of het de laatste keer is. Voor haar bazin ziet het er hoopvoller uit. We ontbijten samen op de hoek bij café Chateau d’Eau, net als altijd. Ik vind het fijn tijd met haar en haar man door te brengen. Parijs voelt groot en leeg, als een koud meer waarvan je de diepte niet kunt raden.

In Rue Faubourg Saint-Denis loopt iedereen door elkaar, aan de andere kant van de Passage komen enkel Afrikaanse Fransen samen in de talloze kap- en schoonheidssalons die Boulevard de Strasbourg rijk is. Chateau d’Eau is een waterkasteel: geen luchtspiegeling maar een werkelijkheid van alles dat maar langs elkaar heen kan stromen zonder ooit echt te mengen. Ik ben de blikken van mannen en het gesis op straat niet meer gewend. Ik voel me een vreemde waar ik me ooit thuis waande.

Is Parijs in tien jaar zoveel veranderd, of ben ik zelf vreemd geworden door te vertrekken? De tijd die ik mezelf had voorgenomen tikt tergend voorbij. Ik schrijf nauwelijks en verlang naar vrijdagavond. Als een verliefde tiener sta ik op Gare du Nord, Mijn Man stapt als laatste uit de Thalys. We dansen de koude septembernacht weg en slapen op de mezzanine tot de zondag doorbreekt. Parijs voelt weer warm, net op tijd voor vertrek.

 

 

Categorieën
Actueel Blog

Ver huis

Met een veel te lichte sleutelbos en een zwaar hart trek ik de deur voor de laatste keer achter mij dicht. Verderop in de straat tilt een vrouw haar chihuahua in de auto, een andere vrouw doet hetzelfde met haar baby. Ik heb nog één rondje gemaakt door de holle kamers, een kozijn geaaid. Gestaard naar de gaten in de muur waar ooit planken hingen om mij de dingen uit handen te nemen.

De treinreis van vanmorgen ging in tegengestelde richting van wat ik ben gewend. De nieuwe route voelt nog als de verkeerde kant op gaan. Soms is de enige weg vooruit recht infietsen tegen alles wat natuurlijk lijkt.

In mijn schrijfkamer zit bloed aan de muur. Mijn Man demonteerde een verankerde plank met een ijzerzaag en liet daarbij een deel van zichzelf achter. Van nu af aan is er geen ‘mijn of ‘jouw’ maar ons. Ons huis, ons nieuwe huis. Van een bureau met zicht op buren naar een bureau met zicht op zee.

Sommige mensen wensten ons veel plezier met de verhuizing. Ik telde 140 dozen en zeven lieve vrienden. De poes zat hyperventilerend in haar reistas. Terwijl we onze nieuwe straat inreden, vulde de verhuiswagen zich met de geur van penetrante paniekpoep. Op onbewaakte momenten probeert de poes nog altijd het huis uit te vluchten. Ramen en deuren houden we al een week gesloten; Lola wil weg.

Langzaam vindt alles een plek. Doos voor doos trotseren we de chaos, monteren we nieuwe planken om oude dingen te dragen. Ik studeer nieuwe stukken op de piano die nog vals is van het verplaatsen. Over vier weken mag ze worden gestemd en hoop ik dat alles zuiverder voelt. Het is vreemd hoe je je kunt hechten aan een dood voorwerp of een ruimte met muren en ramen. Alle ruimtes en voorwerpen zijn tijdelijk, maar in de illusie van eeuwigheid kun je heel even thuis zijn.

Op de stoep haal ik een schroevendraaier uit mijn zak. Het witte naambordje met mijn initialen en mijn meisjesnaam schroef ik los en neem ik mee. Nu zijn ook het sluiten van de rode voordeur en het geluid van mijn sleutel in het slot voorbij terwijl ze nog gebeuren. Tot ik niet meer weet wanneer ik ze voor het laatst vergat.

 

Categorieën
Actueel Blog

Open straat

“Hey pikkemans!”

Ze zegt het lieflijk, vol overgave en knielt neer bij de hond. Een boxer, of een bulldog. Laten we het een bullbox noemen. Het kind aan haar hand kijkt verveeld de andere kant op. De eigenaar van de bullbox vraagt of het in haar tuin was. “In mijn tuin ja.”

Verderop zit een vrouw in een kleine rode auto. Hij staat scheef geparkeerd. Ze hangt laveloos op de bestuurdersplek. De deuren van de auto zijn open. Achter en naast de vrouw spelen twee kinderen met de bijrijdersstoel. De legging van de vrouw lubbert om haar benen, een strak t-shirt met zilveren opdruk omsluit het hangende vel van haar buik. Wild schiet een van de kinderen uit. De vrouw stoot onverstaanbare kreten tegen hen uit, klanken als dierlijk gejodel.

“Pieterburen”, schatert Ruud.

Ruud kan alles zeggen, Ruud is hier geboren. Sinds de straat open is, lijken de mensen dat ook. Ruud staat nog vaker op de hoek dan anders. “Het lijkt hier Aleppo wel!” Ik heb het hem sinds de werkzaamheden vaak horen zeggen, zijn schaterlach reikt tot aan mijn woonkamer. Ruud zegt dat het junken zijn, daar op de hoek. Junken zonder ‘dj’, gewoon met een ‘j’. De vrouw is doof en een van haar kinderen is al bij haar weggehaald. Ruud heeft voor iedereen een bijnaam. “Voor jou niet schat, voor jou heb ik teveel respect.”

In mijn studeerkamer ruikt het naar de rook van de onderbuurvrouw. Ik heb het haar nooit durven zeggen, ze neemt altijd mijn pakketjes aan. Het linkerraam staat alle seizoenen open. Ik heb de verhuisdozen opgestapeld, het wordt steeds krapper. Als iemand zijn stem verheft, resoneren de snaren in de piano. De piano, want hij is nog steeds niet van mij. De kat kwam erbij en ik had weer een thuis. Mijn Man kwam erbij en ik kreeg een nieuw begin. Het is alsof de straat met het openhalen van haar stenen zegt: “ga maar, het is goed zo.” In dit huis is gevochten in stilte en hardop gehuild. Hier is getierd en gegierd, geschreven, geslapen, gelukzalig geleefd. Het wordt tijd, ik groei eruit.

De piano kwam als eerste en gaat als laatste. Door het raam met een takel, op wieltjes in een vrachtwagen. Een speciaal bedrijf om het dierbaarste te vervoeren. Nog 2,5 week, meer dan tien jaar. Amsterdammer, officieel ben ik het nu ook. Bijna elf zelfs, maar ik ga weg. Weg naar daar waar de zon als laatste ondergaat.

 

 

Categorieën
Actueel Artikelen

Poppins voor poezen

Sommige poezen hoeven nooit naar een pension. Hun baasjes vliegen desnoods een buitenlandse nanny in. Marieke Poelmann past op de voluptueuze Parisienne Pounette.

‘Wilt u met een gerust hart een paar dagen of weken weg uit uw huis in Parijs? Zonder u te hoeven bekommeren om de poes, de planten en de post? Dan heb ik de oplossing voor u: ik let op uw huis terwijl u de hectiek van de stad achter u laat. Ik ben een nette en betrouwbare studente en bovendien voormalig inwoner van Parijs. In het verleden heb ik in verschillende huizen in Parijs opgepast. Indien gewenst kan ik referenties opgeven.’

Zo’n zeven jaar geleden werd ik op basis van deze advertentie voor het eerst blind ingetreind vanuit Amsterdam om te zorgen voor Freek en Gizmo: een komisch duo dat samen een mand deelde met uitzicht op de Eiffeltoren. Hun bazen betaalden mijn Thalys-ticket, vertrokken naar China en vertrouwden hun appartement in het 17e arrondissement met de twee raskaters voor drie weken aan mij toe.

De ochtenden begonnen lawaaierig. Onder mijn regime werd er ineens niet meer op bed geslapen, wat stuitte op protest. De bijna kale Cornish rex Freek ramde vanaf zonsopgang zijn pootjes tegen de wandspiegel naast de slaapkamer. Gizmo keek toe, zoals het een (schijn)Heilige Birmaan betaamt, net zolang tot de deur openging en ik hun brokjes opdiende.

Na een aantal dagen werd er bijna een coup gepleegd: Freek kreeg het voor elkaar dat ik mijzelf buitensloot. Vlak voor ik de douche instapte, bedacht ik dat de kattenbak nog geleegd moest worden. Ik wikkelde vlug een handdoek om me heen, schepte de drollen uit de bak en deed ze in een zakje. Via een stortkoker op het achterbalkon kon huisafval van zeven hoog in een container worden gedeponeerd. Ik opende de keukendeur en manoeuvreerde het piepkleine balkon op. Met de deur nog op een kier zag ik Freek richting het balkon schieten. Snel trok ik de deur een stukje dicht om te voorkomen dat hij naar buiten zou gaan. Ik had strikte instructies gekregen dat de poezen dit balkon niet op mochten.

Ik hoorde een zware klik, de deur viel in het slot. Aan de binnenkant van de keukendeur zakte een ijzeren pin in de gleuf van de vloertegel. Gehuld in een handdoek stond ik op zeven hoog met aan bagage niets dan een zakje kattendrollen. „Au secours!” schreeuwde ik naar beneden. Er was niemand. Na ruim een uur werd ik ontdekt, bijna moest de brandweer eraan te pas komen. Uiteindelijk volstond de koevoet van de lokale slotenmaker. Freek keek geamuseerd toe, alsof het hele voorval voor zijn eigen vermaak had plaatsgevonden.

Lauwe witvis met boontjes

Via dezelfde advertentie pas ik tegenwoordig zo’n twee keer per jaar op Pounette: een voluptueuze poezendame woonachtig in de Passage du Désir, eveneens in Parijs. Haar verlangens worden beantwoord met entertainment en haute cuisine. Uit een antiek blik met roze rozen serveer ik haar ontbijtbrokjes. Als ze is uitgegeten, laat ze zich aaien in haar stoel. Met geheven achterste neemt ze de genegenheid in ontvangst. Vervolgens is er een vogelshow in de volière bij het raam die Pounette kwetterend en met trillend bekje gadeslaat. In de avond krijgt ze een warme maaltijd: lauwe witvis met boontjes. Ze spint en draalt voor de magnetron tot de verlossende ‘ping’ klinkt, ik prak en serveer de zorgvuldig geprepareerde porties.

Ook mijn eigen kat Lola heeft op haar beurt een persoonlijke oppas in Amsterdam, maar haar eenvoudige leven is onvergelijkbaar met dat van haar Parijse soortgenoten. Twee keer per dag een handje supermarktbrokjes, wat water en ze ligt avond aan avond op je schoot.

Voor de derde keer als kattenoppas naar Abu Dhabi

Slof en Stip worden al jaren verzorgd door Sandra Luisterburg, die zichzelf de Spindokter noemt. Samen met hun bazen verhuisden Slof en Stip vanuit Bussum naar Abu Dhabi, maar daar werd geen geschikte kattenoppas gevonden. Luisterburg werd uitgenodigd over te komen en vliegt dit jaar voor de derde keer naar Abu Dhabi voor de poezen. „Het zijn gewone huis- tuin en keukenkatten, maar Stip heeft suikerziekte en suikerkatten zijn een van mijn specialismen. Hij moet elke twaalf uur insuline toegediend krijgen. Ik spuit het in een plooi in zijn flank. Hij is eraan gewend en zo gefocust op eten, dat ik het met mijn ogen dicht kan doen als het moet.”

In een appartement met uitzicht op de mangroven verzorgt Luisterburg Stip en Slof jaarlijks ruim twee weken. De rest van het jaar past ze op katten in Naarden en Bussum. In totaal heeft ze als Spindokter bijna zeventig vaste klanten. „Ik doe dit fulltime. In de zomer werk ik zeven dagen per week en maak ik dagen van soms wel tien uur.”

Hoe exorbitant de service wellicht ook klinkt, het klantenbestand van de meeste kattenoppassers is een dwarsdoorsnede van de bevolking, zelfs in het Gooi. „Mijn klanten komen uit alle lagen van de samenleving”, zegt Sandra Luisterburg. „Ik zie meer flats dan villa’s, zowel gezinnen als alleenstaanden en echt niet alleen maar eenzame kattenvrouwtjes. Liefde voor katten is de gemene deler.” En die is natuurlijk onbetaalbaar.

Sprinkhanen verstoppen voor de ragdollpoezen

Voor Natascha Vlieland is passen op katten een fulltime baan. „Ik werk als eigenaar van de Kattenoppasservice samen met tien gediplomeerde oppassers van Noord-Holland tot Noord-Brabant.” Sommigen zijn opgeleid tot dierenartsassistent, anderen tot kattengedragstherapeut. Geen overbodige luxe volgens Vlieland. „Ik heb onlangs nog het leven moeten redden van Pipo, die een acute alvleesklierontsteking bleek te hebben.”

Meestal is er niets aan de hand. „Een van de leukste dingen is de band die je met de dieren opbouwt”, zegt Vlieland. „Ik heb klanten die meer voor hun katten overhebben dan voor zichzelf.” Een parcours door het huis, zelfgemaakte kattenbedden en eindeloos veel speelgoed. Bij de vier ragdollpoesjes Charly, Toby, Lily en Jamy wordt er zelfs op levende prooien gejaagd. „Mevrouw koopt in de dierenwinkel levende sprinkhanen voor de poezen. Ik kreeg de instructie ze door het huis heen los te laten en ze goed te verstoppen. De katten zijn er uren zoet mee.”

Alleen tartaar met slagroom

Soms blijft het niet bij een oppas aan huis tijdens de vakantie. Catnanny Denise Russell heeft een klant die haar katten ook op werkdagen gezelschap gunt. „De baas werkt lange dagen in de horeca en vindt het zielig voor Lizzy en Molly als ze te lang alleen zijn. Voor vijftien euro per uur kom ik langs om met ze knuffelen en ze alle aandacht te geven die ze nodig hebben. Met name de oudjes worden extra in de watten gelegd”, zegt Marieke Duindam van Ikpasopjouwkat. Met een team van zeven oppassers werkt ze in Amsterdam en omstreken. De oudste kat waar Duindam ooit op paste, was 22 en werd vorstelijk verwend. „Poekie kreeg elke avond tartaar met slagroom. Dat was dan ook het enige waarvoor hij nog in beweging kwam. Niet echt gezond natuurlijk, maar hij is er wel oud mee geworden.”

Voor veel mensen is de kat hun kindje. „Als professionele oppassers bieden we de kat ook echt qualitytime, dat is wel wat anders dan een buurvrouw die even snel in en uit gaat.”

Er wordt dan ook meer verwacht van een echte kattenoppas. „Geregeld krijgen we nauwkeurige instructies”, zegt Duindam. Hoe medicijnen moeten worden toegediend, waar de kat wel en niet mag komen en op welke tijden hij of zij naar buiten mag. Nuttig en soms zeer gedetailleerd, zegt Duindam. „Ik maak wel mee dat de baas voorschrijft dat de ene kat alleen uit het rode bakje mag eten en de andere alleen uit het blauwe bakje.” Sommige katten hebben nu eenmaal hun vaste routines, of gaat het stiekem eigenlijk meer om de gewoontes van de mensen? Duindam: “De klant is koning, maar de kat is keizer.”

Categorieën
Actueel Artikelen

Katten te Parijs

Een poes in Parijs leeft zijn levens in stijl. Majestueus als Marie-Antoinette, vorstelijk vleiend tegen de benen van gewillige voorbijgangers. Zoals de rode koning van de Passage du Désir. Hij heft zijn staart en toont mij zijn tarrels. Laten we hem Le Roux noemen. Schaamte kent hij niet, enkel trots. Desalniettemin is het landschap onder zijn staart een onsmakelijk gezicht. Een oude dame met al net zo vuurrood haar zit naast hem, pauzerend na wat eruit ziet als een rondje boodschappen. Ze eet stukjes worst uit de verpakking. Ik vraag of Le Roux haar kat is, ze schudt van nee. Ze houdt meer van honden, vier tegelijk. Ze vraagt waar ik vandaan kom, ik geef antwoord en leg haar uit dat ik ook in de Passage du Désir logeer, als kattenoppas. Vele verblijven in Parijs dank ik aan les chats Parisiens. Een Parijse kat spint niet voor brokjes en slaapt niet op de verwarming van een sociale huurwoning. Poezen in Parijs kijken vanuit hun mand uit op de Eiffeltoren of wonen in Passages van Verlangen, ze hebben hun eigen volière en verwachten een warme maaltijd aan het einde van de dag.

Mijn betrokkenheid bij de leefgewoontes van Parijse katten begon zo’n zeven jaar geleden in het 17e arrondissement, waar een echtpaar met twee katten een maand naar China vertrok. Ik werd op basis van een advertentie en mijn grenzeloze kattenliefde blind ingetreind vanuit Amsterdam, kreeg een sleutel en een gebruiksaanwijzing voor Freek en Gizmo. Freek leek meer op een aapachtig buitenaards wezen dan op een kat. Met ogen zo groot als tennisballen volgde hij elke beweging die ik maakte. Het was zijn dagtaak om altijd te weten waar je mee bezig was en als je even niet oplette, sprong hij vanaf de grond op je schouder. Gizmo was een wat minder veeleisende oppasklant. Het oude beestje sliep vooral, genoot van het uitzicht en liet zich koeioneren door zijn mandgenoot. In de ochtend werd ik op de voet gevolgd door vier paar kattenpootjes. Ik liep naar de keuken en vulde onder luid gemiauw de voerbakjes. Net toen ik de kraan open wilde draaien om te gaan douchen, bedacht ik dat ik de kattenbak nog niet had verschoond. Ik pakte een handdoek van de radiator en liep de keuken weer in. Ik moest mijn best doen niet te struikelen over de etende poezen. Met een schepje haalde ik de uitwerpselen uit de bak en deed ze in een plastic zakje. De huis- en kateigenaren hadden mij voor hun vertrek naar China uitgelegd dat er op het achterbalkon een afvalstortkoker was die direct in een container uitkwam. Ideaal voor klein huisafval en kattenpoep. Ik opende de keukendeur en manoeuvreerde het piepkleine balkon op. Met de deur nog op een kier zag ik in mijn ooghoek Freek richting de deur schieten. Snel trok ik de deur een stukje dicht om te voorkomen dat hij naar buiten zou gaan. Ik had strikte instructies gekregen dat de poezen dit balkon niet op mochten. Ik hoorde een zware klik, de deur viel in het slot. Aan de binnenkant van de keukendeur zat een ijzeren pin die in de gleuf van de vloertegel zakte. Gehuld in een handdoek stond ik op zeven hoog met aan bagage niets dan een zakje kattendrollen.

“Au secours!” schreeuwde ik naar beneden.

Er was niemand. Na ruim een uur werd ik ontdekt, bijna moest de brandweer eraan te pas komen om het appartement binnen te komen. Uiteindelijk volstond de koevoet van de lokale slotenmaker. Freek keek geamuseerd toe.

Entertainment blijkt nog altijd van essentieel belang voor de Parijse poes, zo ook voor Pounette: de corpulente poezendame voor wie ik sinds een half jaar regelmatig mag zorgen. Wanneer ze overigens hoort dat je het over haar rondingen hebt, keert ze je de rug toe en spitst ze geagiteerd haar oortjes. Pounette heeft haar eigen stoel bij het raam waar elke ochtend een spektakel plaatsvindt. Minstens zo belangrijk als de instructies voor de verzorging van Pounette, zijn de instructies voor het voeren van de vogels. Gaas, planten en vogelhuisjes maken het venster tot een volwaardige volière. De ochtenddans van de mussen heeft aan Pounette trouw publiek. Ze volgt ze met haar grote ronde ogen en kwettert met een trillend bekje mee op de maat van het gefladder. Wanneer het raam opengaat om het vogelvoer uit te delen, is het zaak Pounette aan de kant te houden. Gedwee accepteert ze haar lot, meer dan een toeschouwer zal ze nooit zijn. Geen bloedbad aan het venster van de Passage du Désir. Uit een antiek blik met roze rozen serveer ik haar ontbijt. Als ze is uitgegeten, laat ze zich aaien in haar stoel. Met geheven achterste zit ze klaar. Van zachtzinnigheid is ze niet gediend; hoe steviger ze wordt geaaid, hoe harder ze spint. Het slotakkoord van Pounette’s dag bevindt zich in de vriezer. Zo tegen zessen begint het gemiauw: hoog en verwachtingsvol. Pounette werd ooit gevonden op een vuilnisbelt, tussen aardappelschillen en groenafval. Ogenschijnlijk doet niets aan haar comfortabele leven denken aan die tijd, toch deed ze er een ondoorbreekbare gewoonte op: een voorkeur voor groente. Sinds haar redding van de straat krijgt Pounette elke avond lauwwarme boontjes met witvis. Zorgvuldig afgemeten porties liggen klaargemaakt in zakjes in de vriezer. Een minuut in de magnetron, prakken en serveren.

Als ik de dame met het vuurrode haar weer kruis in de Passage, grijpt ze gelegenheid aan om verder te vertellen over haar honden. Ze vraagt of ik zelf in Amsterdam ook een kat heb en wie daar dan voor zorgt nu ik hier op Pounette pas.

“C’est une échange des chats”, ligt ik toe.

Ook mijn kat heeft een oppas. Lola’s liefde is niet duur; twee keer per dag een bakje supermarktbrokjes, wat water en ze ligt avond aan avond op je schoot. Een eenvoudig leven, in niets vergelijkbaar met haar soortgenoten in Parijs.

De Poezenkrant

 

Categorieën
Actueel Media Uitgelicht

TEDxUtrecht

Bekijk hier de TED-talk.

In 2010 Marieke Poelmann, 22 at the time, suddenly lost her parents as a result of a plane crash. It took her several years to see that bad things in life do not necessarily have to define you. In her talk she discusses her loss and how she learned to cope with it, and as a result came out a stronger person.

Marieke Poelmann wrote a book about losing her parents in the airplane crash in Tripoli in 2010. “It took me several years to see that bad things in life don’t necessarily define you as a person. When I suddenly lost both of my parents at 22, I thought my life was over too. Finally, I realized that there is one part of them I could never loose: the part that is in me. Slowly I got back onto my own two feet, gained strength and became an adult. In this process, against all my expectations, good things started happening again. I got to be who I wanted to be. It brought me far beyond anything I had ever imagined.” Poelmann is a writer and a freelance journalist. She studied Media and Journalism at the University of Amsterdam and worked as a producer for the Dutch news and current affairs program ‘Nieuwsuur’ in New York. Currently she is writing her second book, a fiction novel.

Marieke Poelmann

Ik ben schrijver, journalist en (TEDx) spreker. In 2015 verscheen mijn debuut ‘Alles om jullie heen is er nog’ bij De Bezige Bij, over het verlies van mijn ouders bij de vliegramp in Tripoli. Ik schrijf en spreek over mijn verlies omdat ik hoop het taboe op rouw te doorbreken zodat anderen zich minder alleen voelen dan ik destijds deed.

Daarnaast ben ik professioneel kattenliefhebber; in juni 2020 kwam mijn eerste kinderboek uit bij Kluitman. ‘Ava en het gesponnen poezenweb’ gaat over hoe katten het internet hebben uitgevonden voor hun eigen populariteit. Mijn eigen kat Lola wandelde tijdens het schrijven regelmatig over mijn toetsenbord.

Als freelance journalist en allround tekstschrijver werk ik voor dagbladen, tijdschriften en uiteenlopende bedrijven. Als spreker ben ik te boeken via De Schrijverscentrale.

Contact

mail@mariekepoelmann.nl

Lauriergracht 116C
1016 RR Amsterdam

Categorieën
Actueel Media

Zwaailicht

Het is 12 mei 2010 wanneer in Tripoli, Libië, een vliegtuig van Afriqiyah Airways neerstort met daarin 104 inzittenden, waaronder 71 Nederlanders. Ook de ouders van Marieke Poelmann, Peter en Adri, zitten in het vliegtuig. Op één jongen na, overleeft niemand de ramp.

In deze aflevering van Zwaailicht praat presentator Wilfred Kemp met Marieke Poelmann over die onbeschrijfelijke dag waarop ze te horen kreeg dat haar ouders allebei waren omgekomen. Ze schreef daarover het boek ‘Alles om jullie heen is er nog’. Ook goede vrienden Johan en Marian Huitema halen herinneringen op. Assalina Hamming is vrijwilliger bij Slachtofferhulp en vertelt hoe ze Marieke en haar twee broers bijstond. Hoe ga je verder na zo’n ingrijpend verlies? Tenslotte komen de familieleden en vrienden, vijf jaar later, weer samen in de Dominicanenkerk in Zwolle om Peter en Adri te herdenken.

Bekijk de uitzending hier